Het verhaal achter het meesterwerk: Het portret van Adèle Bloch-Bauer I

Adèle Bloch-Bauer was de vrouw van rijke industrieel Ferdinand Bloch-Bauer. Het paar organiseerde regelmatig Salons, kunstzinnige bijeenkomsten en was bevriend met de schilder Gustav Klimt. Het echtpaar vroeg de schilder dan ook om een portret van Adèle te schilderen.

Dit deed hij en het kostte hem ruim drie jaar om dit schilderij af te ronden. Al het goud op het schilderij is niet geschilderd, maar met bladgoud laagje voor laagje aangebracht. Je kunt je voorstellen dat dat nogal arbeidsintensief is.

Gustav Klimt, Neue Galerie New York

Gustav Klimt, Neue Galerie New York | Bron: Gustav Klimt, Neue Galerie New York

Maar de moeite waard?

Blijkbaar vonden zowel de schilder als het model het portret erg geslaagd, want in 1912 maakt Klimt nog een portret van Adèle, ditmaal echter zonder bladgoud. Hiermee werd Adèle het enige model wat twee keer door de schilder geportretteerd is.

Portret van Adèle Bloch-Bauer II

Portret van Adèle Bloch-Bauer II | Bron: Gustav Klimt, Galerie Belvédère

De schilderijen kwamen op een ereplaats te hangen in het huis van de Bloch-Bauers in Wenen. Lang kon Adèle er echter niet van genieten. In 1925 overleed zij aan hersenvliesontsteking. Gelukkig hadden haar familieleden de mooie portretten nog om haar te herinneren.
[RELATED id=’258144′]

Dat veranderde allemaal tijdens de Tweede Wereldoorlog

In 1938 sloot Oostenrijk zich aan bij Nazi-Duitsland. Aangezien de Bloch-Bauers Joods waren, leek het Ferdinand veiliger om naar Zwitserland te vluchten. Dit had als gevolg dat zijn eigendommen, waaronder de portretten van zijn vrouw door de Nazi’s ingepikt werden.

Appelboom I (een van de andere schilderijen van de Bloch-Bauers)

Appelboom I (een van de andere schilderijen van de Bloch-Bauers) | Bron: Gustav Klimt

Het gouden portret van Adèle Bloch Bauer viel niet zo in de smaak bij de Nazi’s, ze besloten in 1941 het werk te verkopen. Het werd gekocht door museum Belvédère, die het tot het topstuk van de collectie maakte. Hiervoor kreeg het schilderij wel een andere naam: de vrouw in goud. Het was natuurlijk niet de bedoeling om een Joodse vrouw tot Oostenrijks icoon te maken

Na de oorlog bleef het schilderij een van de hoofdattracties van Wenen en het topstuk van het museum. Aangezien Ferdinand in 1945 overleden was, ging hij het schilderij niet terug claimen.

Adèle Bloch-Bauer

Adèle Bloch-Bauer | Bron: onbekend

Was er dan niemand die dat wel kon?

Toch wel. Voor zijn dood had Ferdinand een testament gemaakt waarin hij alles naliet aan zijn nichtjes en neefjes. Een van die nichtjes was Maria Altman, die tijdens de oorlog naar de Verenigde Staten gevlucht was. Toen zij het museum en de Oostenrijkse regering vriendelijk vroeg om dit werk en vier andere schilderijen van Klimt aan haar terug te geven werd dit met een beslist nee beantwoord. Oostenrijk wilde haar nationale icoon niet kwijt.

[RELATED id=’256581′]
Daar liet Altman het echter niet bij zitten. Ze nam een advocaat in de arm en klaagde de regering aan. Na veel juridisch getouwtrek, waarin onder andere geclaimd werd dat Adèle het portret in haar testament aan het museum Belvédère wilde nalaten, won Altman de rechtszaak. De portretten van Adèle en de drie andere Klimts, met een totale waarde van meer dan 327 miljoen dollar, waren van en voor haar familie.

Maria Altmann | Bron: Wikipedia

Het schilderij portret van Adèle Bloch-Bauer I werd in 2006 voor 135 miljoen dollar verkocht en was toen daarmee het schilderij met de hoogste verkoopprijs ooit. Voor het ander schilderij van Adèle werd 88 miljoen dollar betaald. Zo kon Adèle ver na haar dood toch haar familie nog (financieel) helpen. (KC)

Reageer op artikel:
Het verhaal achter het meesterwerk: Het portret van Adèle Bloch-Bauer I
Sluiten