Dichter uit de 20e eeuw wordt op verschrikkelijke manier afgewezen

Dichter uit de 20e eeuw wordt op verschrikkelijke manier afgewezen

Afgewezen worden vindt niemand leuk. Eerlijk gezegd is een afwijzing krijgen gewoon best wel heel erg vervelend. Gelukkig zijn er ook minder pijnlijke, opbouwende manieren om een punt duidelijk te maken. Althans, tegenwoordig. De Australische uitgeverij Angus & Robertson leek hier in 1928 namelijk absoluut geen boodschap aan te hebben toen zij aspirant-dichter Frederick Charles Meyer een afwijsbrief stuurden.

Au…

In de brief wordt pijnlijk duidelijk dat zij de man liever kwijt dan rijk waren. Sterker nog, ze vonden zijn werk zó slecht, dat ze zijn gedichten zelfs niet naar concurrerende uitgeverijen willen doorsturen:

“Geachte heer,
Nee, u mag ons niet uw verzen toesturen, en wij zullen u niet de naam van een andere uitgever geven. Er is geen enkele rivaliserende uitgever die wij dusdanig haten, dat wij u hen hiermee laten belasten. Het voorbeeldgedicht is simpelweg verschrikkelijk. Sterker nog, we hebben nog nooit erger gezien.
Hoogachtend,
Angus and Robertson Ltd.”

Doorzetter

Toch gaf Frederick na deze harde afwijzing niet op. Zijn werk werd uiteindelijk toch gepubliceerd in meerdere boeken. Jammer is dan weer wel dat delen van één van die boeken, Jewels of Mountains and Snowlines of New Zealand, werden meegenomen in een Nieuw Zeelandse “slechte vers en verschrikkelijke poëziewedstrijd” in 2001.

Geluk bij een ongeluk

Toch wist Meyer nog een prijs in de wacht te slepen: hij werd bestempeld als “beste slechte dichter die dit land heeft voortgebracht”. Hij wist die titel te bemachtigen met onder andere een versje als onderstaande:
My Pet Dog
“Pluto! Come here my dearest little dog,
Don’t get mixed up with every rogue,
And do not run into a fog…”

Tja… elk nadeel hep z’n voordeel zeggen we dan maar, hè?