Deze spelletjes speelde je vroeger op straat. En wil je nu nog steeds doen

Deze spelletjes speelde je vroeger op straat. En wil je nu nog steeds doen

In een tijd waarin iedere peuter, kleuter en puber zich lijkt te begraven in smartphone of tablet is een nostalgische terugblik op buitenspelen fijn. Verstoppertje, stoepranden, overlopertje. Dit speelden we vroeger op straat. En als we eerlijk zijn, missen we die tijd nog steeds.

Busjetrap / Busjekruit / Busjepiep

busjetrap

Hoe werkte het?
Men neme een voetbal. Deze legt men op een centraal punt. Dat punt is de buut. Vervolgens laat je het vriendje met de grootste dijbenen de bal zo ver mogelijk wegrammen. De persoon die ‘m is moet de bal vervolgens halen en achteruit terug lopen naar de buut. Ondertussen verstopt de rest zich. Vervolgens ontaardt het spel in een klassiek potje verstoppertje; wie gevonden wordt, moet zich bij de buut verzamelen. Maar drie keer per potje mogen de verstopten de bal wegschieten als ze daarvoor de kans krijgen. De zoeker moet vervolgens wederom de bal halen en alle gevonden mensen krijgen opnieuw de kans zich te verstoppen.
Wat maakte het zo leuk?
Vooral de momenten waarop het lot van de groep verstoppers in de handen lag van nog maar één persoon waren magisch. Een sprintduel richting de bal tussen zoeker en verstopper. Spanning en sensatie, menschen!

Stoepranden

stoepranden

Hoe werkte het?
Een bal, een straat met aan weerszijden een stoep, een soort van puntensysteem en gooien maar. Een soort tennis maar dan zonder racket, net en lijnen op het veld. Eigenlijk leek het helemaal niet op tennis.
Wat maakte het zo leuk?
De moeilijkheidsgraad. Je kon uren oefenen en oefenen maar echt goed werd je nooit. Daarnaast kwam het soms voor dat een bal die op de stoeprand viel terug kwam door de lucht en weer in je handen belandde. Dat waren mooie dagen.

Overlopertje

overlopertje
Bron: YouTube

Hoe werkte het?
We kunnen hier wel de ‘officiële’ regels van het spelletje neerzetten maar uiteindelijk speelde iedereen de simpele variant. Eén tikker in het midden van het schoolplein. Een groep lopers aan één kant. En rennen maar. Wie getikt was, werd tikker. Simpel zat.
Wat maakte het zo leuk?
Het eindelijk kunnen friemelen aan meisjes, natuurlijk.

Muren / Een-keer-aanraak

eenkeeraanraken
Bron: Alvinisms

Hoe werkte het?
Een bal, een muur (bij voorkeur die van die zeurende buurman) en een paar goede schoenen. Deelnemer 1 schopt de bal tegen de muur waarna deelnemer 2 in één keer de bal terug moet schoppen richting diezelfde muur. Deelnemer 3 volgt tot er geen deelnemers meer zijn. Dan mag deelnemer 1 weer. Mist iemand de bal dan krijgt hij/zij een punt. Het spel stopt als het vooraf afgesproken aantal punten is bereikt. Of als de buurman scheldend naar buiten komt.
Wat maakte het zo leuk?
Die buurman en het kontjetrappen als je niet had verloren.

Flessenvoetbal

flessenvoetbal
Bron: Vries.nu

Hoe werkte het?
Flessen, water en een bal. Je vult de flessen met water en probeert de fles van de tegenstanders om te trappen, de persoon wiens fles leeg raakt, mag niet meer meedoen. Er waren deelnemers die continu voor hun fles bleven staan. Die noemden we ‘meisjes’.
Wat maakte het zo leuk?
Het watergevecht na afloop.

Stilstandskrijgertje / Annemaria Koekoek

Annemaria_Koekoek
Bron: GoPixPic

Hoe werkte het?
Eén iemand staat met zijn gezicht naar de muur en roept Annemaria Koekoek. Tijdens het roepen mag de groep vanaf de startlijn richting de muur bewegen. Maar na het uitspreken van de woorden koekoek mag de roeper zich omdraaien. Wie er dan nog beweegt is af en moet terug naar de startlijn. Het spelletje is pas klaar wanneer één van de lopers de roeper kan tikken zonder dat deze dat ziet.
Wat maakte het zo leuk?
Het zo snel mogelijk uitspreken van Annemaria Koekoek.

Voetjes van de vloer

voetjevandevloer

Hoe werkte het?
Eén tikker, een terrein vol speeltoestellen en een groep hysterisch gillende kinderen. Wie zijn voeten van de grond heeft kan niet getikt worden. Doe je dat wel dan kan de tikker je tikken. Op je rug liggen met je voeten in de lucht als een kakkerlak of schildpad maakte je ook ontikbaar.
Wat maakte het zo leuk?
Rennen als een idioot. Simpel.

Wat speelde jij als kind? Vertel het ons hieronder op Facebook.