Deze hond gezien in Central Park? Dit is het bizarre verhaal achter dat standbeeld

Mark 4 feb 2015 Article

Elk jaar wordt in Alaska de Iditarod Race gehouden, een langeafstandsrace voor sledehonden. Deze loopt van Anchorage tot Nome en beslaat ruim 1700 kilometer. Het record uit 2014 staat op 8 dagen, 13 uur, 4 minuten en 19 seconden. De race werd voor het eerst gehouden in 1973 en is een eerbetoon aan een heel ander soort race, The Great Race of Mercy.

Great Race of Mercy

The Great Race of Mercy, 1925 | Bron: TrueWestMagazine.com

Wat gebeurde er precies?

In januari 1925 leek er een uitbraak te zijn van amandelontsteking in Nome, een plaatsje in het noorden van Alaska, net onder de poolcirkel. Kort nadat het laatste schip van het jaar was vertrokken – wegens ijs en extreem winterweer was de regio van november tot juli nagenoeg onbereikbaar – overleed een eerste kind. Omdat doodgaan geen gebruikelijke bijwerking is van een amandelontsteking, werd besloten nader onderzoek te doen. Al gauw bleek dat Nome aan de rand stond van een difterie-epidemie.

Hadden ze daar dan geen medicijnen voor?

Dokter Welch, de enige arts in de regio, beschikte over een kleine voorraad difteriemedicijnen. Omdat deze voorbij de houdbaarheidsdatum waren, durfde hij ze niet meer toe te dienen. Hij had nog voor de Beringzee bij Nome dichtvroor een nieuwe bestelling gedaan, maar deze was nooit aangekomen. Het stadje had nu een enorm probleem. Difterie is zeer besmettelijk en kan wekenlang buiten het lichaam overleven. De hele regio was in gevaar. In allerijl werd besloten de getroffenen in quarantaine te plaatsen. Per telegram werd met spoed om een nieuwe voorraad gevraagd.

[RELATED id=’231275′]

Daarmee was het opgelost, toch?

Nee. In Anchorage, in het zuiden van Alaska, werd een redelijke hoeveelheid serum gevonden. Het was lang niet voldoende, maar het kon misschien net een epidemie voorkomen. De voorraad kon per trein worden vervoerd tot het dorp Nenana, 1100 kilometer ten oosten van Nome. Vanaf daar werd het beduidend lastiger. De reismogelijkheden naar Nome waren door de barre omstandigheden beperkt. Eigenlijk waagden alleen postbodes met hun sledehonden zich op het moeilijk begaanbare Iditarod-spoor, in deze tijd bedekt onder ijs en metershoge sneeuw. Een enkele rit duurde gewoonlijk drie tot vier weken. Tegen die tijd kon het al te laat zijn. Besloten werd een spoedlevering op touw te zetten. Een team sledehondmenners zou vanaf Nenana vertrekken met het serum. Onderweg zou de berijder de lading overdragen aan een ander team met uitgeruste sledehonden. Zo ging op 27 januari 1925 de Serum Run to Nome van start, een estafette uitgevoerd door twintig teams.

Iditarod spoor

Het Iditarod-spoor | Bron: My Hero

Hoe ging dat?

Tijdens de heldentocht krijgen de deelnemers nogal wat te verduren. De eerste bestuurder, “Wild” Bil Shannon nam in een dag tijd de eerste 84 kilometer voor zijn rekening, een enorme prestatie. Van zijn negen honden overleefden er drie de barre tocht door temperaturen van -52 graden niet. Zelf hield Wild Bill er ernstige bevriezingsverschijnselen in zijn gezicht aan over.

Toen bestuurder nummer zeven, Edgar Kalland, bij zijn eindbestemming arriveerde, moest men heet water over zijn handen gieten omdat deze aan de stuurstang waren vastgevroren. Charlie Evans (nummer 12) vergat de kwetsbare buiken van zijn honden in te pakken, waardoor deze bezweken aan de kou en Evans zélf de slee moest trekken. In Nome waren er inmiddels vijf doden te betreuren. Nog eens 27 anderen bleken besmet en dat terwijl deze lading van het serum slechts genoeg was om dertig mensen te behandelen.

Henry Ivanoff (nummer 17) raakte vlak na zijn vertrek met honden en al verstrikt met een rendier dat hun pad kruiste. Hierdoor zag Leonard Sappala, een andere menner die er zojuist zelf een flinke tocht op had zitten, zich genoodzaakt de rit over te nemen. Hij legde ’s nachts in een verschrikkelijke sneeuwstorm maar liefst 140 kilometer af.

Menner 19, Charlie Olsen, arriveerde ernstig gewond en met zwarte handen door bevriezing op zijn bestemming. Daarmee verbaasde hij Gunnar Kaasen (nummer 20), die had verwacht dat Olsen de storm uit zou zitten. Kaassen vertrok direct, zijn hond Balto voorop . Hij had zulk slecht zicht dat hij vaak zijn honden niet kon zien. Eenmaal kantelde zijn slee en moest hij met blote handen in de sneeuw graven naar het serum, met bevriezing tot gevolg. Kaassen arriveerde op 2 februari om half 6 ’s ochtends in Nome, enkele uren later was het medicijn klaar voor gebruik.

Kaassen Balto

Waren ze op tijd?

De hoeveelheid serum bleek voldoende om de epidemie een halt toe te roepen in afwachting van een grotere voorraad, die overigens door vrijwel dezelfde menners onder dezelfde omstandigheden werd vervoerd. Het officiële dodental staat op zeven, maar geschat wordt dat onder de inheemse bevolking zeker nog honderd slachtoffers zijn gevallen.

Gezamenlijk legden de teams 1085 kilometer af, ruwweg de afstand van Amsterdam naar Milaan, in slechts 127,5 uur. Gunnar Kaassen en zijn team werden beroemdheden en toerden het hele land door. Kaassens hond Balto kreeg zelfs een standbeeld in New York, waar het nog altijd te bewonderen is in Central Park als eerbetoon aan alle deelnemende honden. (PV)
Balto

Het standbeeld van Balto in Central Park | Bron: CentralParkNYC.org
Reageer op artikel:
Deze hond gezien in Central Park? Dit is het bizarre verhaal achter dat standbeeld
Sluiten