16 herkenbare uitspraken die je ouders vroeger tegen je zeiden

16 herkenbare uitspraken die je ouders vroeger tegen je zeiden

Toen je jong was besloot je: die cliché uitspraken van mijn ouders ga ik later nooit tegen mijn eigen kinderen zeggen. Maar… soms gebeurt het gewoon per ongeluk en floep je er toch iets uit wat je onbewust toch van je ouders hebt overgenomen. En dan denk je: nee toch, word ik ook zo?

Je kon je vroeger mateloos irriteren aan de opmerkingen die je ouders keer op keer maakten. Wij verzamelden 16 uitspraken die elke ouder wel eens heeft gezegd en die je zeker herkent van je kindertijd. We moeten er natuurlijk wel even bij zeggen dat ze het vast goed bedoelden, maar dat voelde toen wel anders.

1. ‘Het is hier geen hotel!’

Dus ruim je kamer op, doe de afwas en en maak je bed op.

2. ‘In Afrika hebben ze pas honger, jij hebt gewoon trek’

Dit hoorde je elke keer als je zei dat je honger had. 

3. ‘Deur dicht! Ben je soms in de kerk geboren?’

Zelfs als je de deur op een kiertje liet staan.

4. ‘Iedereen in jouw klas mag dat? Jammer, jij bent niet iedereen’

Maar écht iedereen mag laat opblijven!

5. ‘Zolang je in dit huis woont gelden onze regels en als het je niet bevalt, pak je je koffers maar’

Weg van huis lopen leek je dan weer niet zo fijn.

6. ‘Ik doe dit niet om je te pesten’

Nou, zo voelt het anders wel.

7. ‘Ben je nou helemaal gek geworden/besodemieterd/betoeterd?!’

Een subtiele manier om te laten weten dat je iets geks had gedaan.

8. ‘Kan niet ligt op het kerkhof en wil niet ligt ernaast’

Maar je had er gewoon écht even geen zin in.

9. ‘Toen ik zo oud was als jij…’

Ja toen liepen er nog dinosaurussen rond, we weten het nu wel.

10. ‘Dat soort taal gebruik je maar bij je vrienden, ik heb niet met je geknikkerd!’

Als je per ongeluk een woord eruit floepte dat je op school had opgepikt.

11. ‘Hussen met je neus ertussen’

Dit was standaard het antwoord op de vraag: wat gaan we eten?

12. ‘Kinderen die vragen… worden overgeslagen’

Maar de praktijk leert dat al je al hélemaal niks krijgt als je niets zegt.

13. ‘Spring jij ook in de sloot als Jantje in de sloot springt?’

Wat heeft de sloot hier nou weer mee te maken?

14. ‘Dit is niet voor kinderoortjes’

Maar je wilde het zo graag weten…

15. ‘Vraag dat maar aan je moeder.’ En vervolgens: ‘Dat kun je beter aan je vader vragen.’

Aan wie moet je het nou vragen?!

16. ‘Doe je voorzichtig?!’

En dat zeggen ze nu nog steeds tegen je.

Lees ook: 11 dingen die je alleen begrijpt als je de oudste thuis bent