11 vragen en opmerkingen die je iedere keer weer krijgt wanneer je niet kunt ruiken

Sissy Westerhuis 10 okt 2016 Froot

In Nederland zijn er zo’n 270.000 mensen die niet of niet goed kunnen ruiken. Dyosmie is daarvoor de overkoepelende term. Kun je helemaal niks ruiken? Dan wordt er over anosmie gesproken. En dat is behoorlijk lastig, kunnen wij uit eigen ervaring vertellen. En omdat dit een redelijk onbekende aandoening is, krijg je behoorlijk vaak dezelfde vragen en opmerkingen. Daarom geven we nog één keer antwoord op die steeds maar weer terugkerende vragen.

Dit zijn 11 vragen en opmerkingen die je sowieso krijgt wanneer je niet kunt ruiken:

“Ruik je dat dan niet?! Oh nee…”

Niet kunnen ruiken is nou eenmaal niet te zien van de buitenkant, dus men vergeet het gemakkelijk.

“Moet je niet even een schoon shirtje aandoen?”

Tja, dat is dus een lastige. Je ruikt het ook niet als je jezelf letterlijk in het zweet hebt gewerkt. Een opmerking als deze is dus eigenlijk alleen maar handig, want dan kun je er tenminste wat aan doen!

“Hoe kan het dat je niks ruikt?”

Dat kan heel veel verschillende oorzaken hebben, van een klap op het hoofd tot roken.

“Is het te genezen?”

Nope, helaas niet.

“Kun je wel proeven?”

Kijk, smaak hebben we natuurlijk sowieso ;). Of je met anosmie kunt proeven is per persoon echter verschillend. Maar, het is bij vrijwel iedereen met anosmie een bekend fenomeen dat er extra smaakmakers worden gebruikt bij het koken. Peper, zout, sambal: alles wat het eten een beetje meer beleving geeft zal van pas kunnen komen.

“Heb je ooit wel kunnen ruiken?”

Ook dit is per persoon verschillend. Er zijn varianten van de aandoening waarbij je nooit hebt kunnen ruiken, maar je hebt ook mensen die pas op latere leeftijd hun reukvermogen zijn verloren. Daarnaast heb je in reukvermogen ook nog gradaties. Om daarin wat voorbeelden te geven: bij anosmie kan men helemaal niet meer ruiken en bij Parosmie worden de geuren vervormd.

“Is het niet héél vervelend?”

Dat ervaart iedereen met anosmie natuurlijk anders, maar bij aangeboren anosmie zijn er geen alternatieven bekend. Mocht je nu op latere leeftijd opeens niet meer kunnen ruiken, dan kun je dit wel als heel vervelend ervaren. Je kunt immers opeens allerlei dingen niet meer: ruiken of je eten aanbrandt, ruiken of het gasfornuis per ongeluk nog aan staat… En wat dacht je van een parfum uitkiezen voor je vriend of vriendin: dat wordt best lastig.

“Word je er niet onzeker van?”

Jazeker wel: je weet nooit of je uit je mond stinkt, of je naar zweet ruikt of of je dat ene shirtje nog een keer aankunt. En als je als bijdehante puber denkt dat je ongemerkt een peukje kunt roken heb je het mis… Dat jij het niet ruikt, betekent natuurlijk niet dat je ouders niks doorhebben.

“Het heeft ook veel voordelen, toch?”

Absoluut! Zo ruik je bijvoorbeeld niet of je lover uit z’n mond stinkt, alle muffe ruimtes kun je met alle gemak trotseren en die meurende collega? Ach joh, hij is wél heel aardig.

“Hoe weet je dan of je deodorant moet gebruiken?”

Hmmmm… Dat weet je natuurlijk niet écht, maar je hebt wel een flauw vermoeden. Een manier om redelijk zeker van een stankvrije dag te zijn kun je bijvoorbeeld én roldeodorant én spuitdeodorant gebruiken (en meenemen!) Mocht je toch onzeker zijn dan kun je natuurlijk ook altijd even een vriend of vriendin vragen of je stinkt.

“Wat zou je willen ruiken als het kon?”


Van vers gebakken brood tot de geur van regen in de zomer, tot die van een bos. Maar, als je niet weet wat je mist kun je ook niet verzinnen hoe het is om die dingen wél te kunnen ruiken.

Maar, je mist dus ook de geur van stinkende urine door asperges, de geur van bloemen en regen schijnt ook goddelijk te ruiken.

Reageer op artikel:
11 vragen en opmerkingen die je iedere keer weer krijgt wanneer je niet kunt ruiken
Sluiten